'Hanni' de Duitse Icarus 29-12-2002
 

Sven HannawaldAls een vogel zweeft hij door de lucht, met zijn ski's als vleugels gespreid in de perfecte V-stijl. Ooit reikte hij zo tot een vlucht van 220 meter. Maar het is Sven Hannawald niet komen aanwaaien. "Burgerman, lief, aardig, zonder killerinstinct", zo beschreef een voormalige trainer van schansspringer Sven Hannawald ooit zijn pupil. Maar 'Hanni', zijn koosnaampje, wordt gesterkt door mentale en lichamelijk tegenslagen en ontpopt zich als springer van wereldklasse. De Vierschansentoernee haalt het beste in hem boven.

Hij groeit op in het Oost-Duitse Johanngeorgenstadt, in de buurt van de Tsjechische grens. Hij komt voor het eerst met het schansspringen in aanraking als hij met zijn ouders een wedstrijd bezoekt. Hannawald is meteen verkocht. In zijn woonplaats volgt Hannawald skispringcursussen en begint hij op zevenjarige leeftijd met de Noordse Combinatie (schansspringen, gevolgd door een langlaufwedstrijd). Hij valt vooral op als schansspringer en boezemt dan al de echte schansspringspecialisten angst in.

Hannawald wil dan al 'een grote' worden en zweert de Noordse Combinatie af. Hij richt zijn leven in naar het schansspringen en volgt zijn opleiding op verschillende sportinternaten. Zijn grote voorbeeld is de legendarische Fin Matti Nykänen.

HannawaldIn 1992 werpt het de eerste vruchten af. Bij de wereldkampioenschappen voor junioren wordt hij met zijn team derde, een jaar later wint hij de Duitse titel voor teams. In de daaropvolgende periode raakt zijn carričre in het slop. Een tendens die zich gedurende zijn loopbaan steeds herhaalt.Hannawald kan de verleidingen van alcohol en sigaretten niet weerstaan. Na ruim twee jaar, op zijn twintigste, komt het besef: als hij het schansspringen blijft verwaarlozen, is alle moeite tijdens zijn jeugd vergeefs geweest.

Afvallen
In de eerste jaren behaalt hij bij de kleinere toernooien goede resultaten, maar bij wereldbekerwedstrijden is zijn beste resultaat een veertiende plaats. De twijfel sluipt zijn leven binnen. In het seizoen 1995/1996 doet hij alles om toch verder te kunnen springen. "Sportief kwam ik niet verder. Meer trainen ging ook niet. Daarom dacht ik: afvallen is de manier", vertelt Hannawald. Hij verliest negen kilo en gaat van een gewicht van 70 naar 61 kilogram. Tot ontzetting van zijn trainer, Wolfgang Steiert. "Ik schrok erg, toen ik hem na die hongerkuur weer zag."

De resultaten blijven bovendien uit. Hannawald staat op het punt de handdoek in de ring te gooien, maar wordt daar door zijn familie van weerhouden. Hij komt weer enkele kilo's aan en klimt zo uit het dal. Het is tijd om zich van het stempel 'eeuwig talent' te ontdoen.

Bij de Vierschansentoernee in het seizoen 1997/1998 zijn hiervan de eerste tekenen zichtbaar. Hij eindigt als tweede in het eindklassement, achter de Japanner Kazuyoshi Funaki. Hij kan het succes nog niet bevatten, maar zijn eerste wereldbekerzege in Oberstdorf zorgt voor bewustwording en zelfvertrouwen. Van vriend en collega Dieter Thoma leert hij om te gaan met stress. "Ik ben nu zover dat mijn lichaam doet, wat mijn hoofd wil." Zijn carričre raakt in een stroomversnelling en Hannawald treedt toe tot de absolute wereldtop, hoewel hij zijn inzinkingen blijft houden.

'Helden van de beugel-generatie'
Martin SchmittEen jaar later zijn de verwachtingen hooggespannen, maar Hannawald kan die niet helemaal inlossen. Hij ziet hoe de rol van publiekslieveling wordt overgenomen door zijn landgenoot Martin Schmitt, die hem op vele fronten overvleugelt. Hetgeen bij Hannawald opnieuw leidt tot mentale worstelingen. Hij schikt zich uiteindelijk in zijn rol en behaalt achter Schmitt grote successen. Getweeën worden ze de helden van de 'beugel-generatie' en aangeduid als de 'jongensgroep onder de skispringers'. Jongeren en vrouwelijke fans komen voor hen naar het stadion en hebben het posters van het tweetal aan de muur hangen. Hannawald wordt 'Hanni'.

Bronchitis werpt echter Hannawald ver terug. "Plotseling had ik een negatieve serie", beschrijft hij zijn situatie. Na een periode van rust betekent de Vierschansentoernee van 1999/2000 opnieuw een keerpunt: hij eindigt als vierde. Bij het skivliegen (op veel grotere schansen) is hij ongenaakbaar en schudt hij geleidelijk het imago van 'eeuwige tweede' van zich af. Het revalidatieproces is hem echter niet in de koude kleren gaan zitten. Geestelijk en lichamelijk gesloopt komt hij uit het seizoen. Zelf noemt hij het een 'kortsluitingsreactie': "ik was mezelf niet". Een nieuwe dip volgt - ondanks opnieuw een vierde plaats bij de Vierschansentoernee -, maar zoals gebruikelijk komt hij sterker terug dan ooit.

'Duitse Icarus'
Sven Hannawald vliegtIn het seizoen 2001/2002 springt hij eindelijk uit de schaduw van de dan kwakkelende Schmitt en wint hij alles wat er te winnen valt. Hij wordt voor de tweede keer wereldkampioen skivliegen en wint met de Duitse ploeg goud op de Olympische Spelen in Salt Lake City. Maar het meest memorabel is zijn zege bij de Vierschansentoernee. Hij schrijft geschiedenis door bij de 50ste editie van het evenement als eerste springer alle vier de wedstrijden te winnen. Zijn status neemt mythische vormen aan en hij krijgt dan ook niet voor niks de bijnaam 'Duitse Icarus'.

Ook dit seizoen lijkt hij er weer klaar voor. Na een aarzelende start is de vorm er weer precies op tijd. Met de Vierschansentoernee in aantocht schrijft hij de laatste wereldbekerwedstrijd op z'n naam...


Hoofdpunten pagina
Overzicht sport

© Copyright NOS 2002

Lees ook

Vierschansentoernee:

Oberstdorf

Garmisch Partenkirchen

Innsbruck

Bischofshofen

Stand en uitslagen

Overzicht winnaars

Feitenoverzicht schansen

Geschiedenis
Vierschansentoernee


De Nederlandse afvaardiging


De kanshebbers

Voorverhaal:
'Hanni' de Duitse Icarus